Zuurstof. Dat is de voornaamste reden dat ze er staan. Ook waaiden er doorgaans nog zoveel frisse buitenluchten door het huis, de vorige eigenaar had, deels voor de eigen met rook doorstookte longen waarschijnlijk, planten in huis om de lucht te zuiveren.
Ik, natuurliefhebber op afstand, laat zelfs een cactus nog doodgaan, en vond een goudvis ook al ernstig ingewikkeld. Niet dat ik hiermee aangeef dat een goudvis voor mij een plant is, maar mijn verzorgende karakter strekt zich niet verder uit dan de persoonlijke hygiëne. Wat betekent dat ik niet veel liefde koester voor het fenomeen ‘plant in huis’. Plant in andermans tuin = leuk. Plant in bos = mooi. Park = fijn. Ik heb me er simpelweg bij neergelegd dat dit het plantenleven is dat ik de planten te bieden heb: niets dus.
Toch is mij nu van hogerhand een plantenleven aangeboden, waarvan het universum misschien zegt: geef het een kans. Nuchter als ik ben zie ik dit als een fase van laatste rustplaats voor de planten, en ze zijn zeker niet in de bloei van hun leven, eerder in het bejaardetehuis, of nog erger: het verpleegtehuis. Een pad richting de dood. Dat hun hopelijk niet ontgaan zal zijn. Hoewel, ze misschien nog in de bloei van hun leven waren bij de vorige eigenaar. Maar een beetje inlevingsvermogen en flexibiliteit, mag ik verwachten van dit ernstig kwetsbare ras op planeet Aarde. Hopelijk hebben ze wat zelfkennis.
Akkoord, zei ik dus, bij de overdracht van de planten. Toch zeer snel ontstonden al complicaties. Ondanks mijn planten-nul-leven, gaat de stylist in mij door ongegronde paden. Ik heb toch een lichtelijke voorkeur voor de stijl en vorm. Twee van de zes exemplaren lagen bij mij meteen op een goed voetstuk: de basilicumplant en de palmboom. De overige drie vond ik toch problematisch. Ze zijn erg protserig en aanwezig. En naast wat donkerrood en bruin hier en daar alleen maar groen van kleur. Ook dat slome gehang van ze staat me niet aan. Kijk dan eens naar de palmboom, lekker strak in zijn vel, met zoveel meer flair, veel verfijnder en ook stimulerend voor de geest: strand, zon, cocktail. Kamerplant versus palmboom is C&A versus haute couture wat mij betreft.
Zoals voorspeld, verwacht en bijna overbodig om nog mee te delen, ging de basilicumplant (de meest kwetsbare en fragiele) al na twee weken richting kist. Zijn heerlijke geur was verdwenen, zijn gladde huid in rimpels veranderd en hij was er bleekjes uit gaan zien. Shocking! Bij het treurige aangezicht gebeurde er iets bij mij van binnen wat ik haast een soort plantenliefde zou willen noemen. Ik kreeg medelijden met de basilicum en vooral ook met mezelf, en besloot, geheel tegen mijn principes en eigen verwachtingen in, op de bres te springen voor deze in coma-liggende plant. Het heeft misschien geen zin meer, dacht ik, maar het ding vanaf nu de volledige aandacht geven doet in ieder geval iets goed voor mijn geweten. Mijn planten-geweten.
En zo gebeurde het. Ik gaf het plantje een beter plekje, elke dag een beetje aandacht en water, knipte de verrotte plukjes af en zag in een paar dagen tijd de basilicumplant uit zijn coma ontwaken. De basilicumplant LEEFT!







